De Dobermann

De dobermann is een hond die behoort tot de groep van zogeheten werkhonden en wel tot de groep van de waak- en verdedigingshonden. Omdat hij een werkhond is, moet hij ook arbeidslust hebben en hij is dus een actieve hond, die graag veel in beweging is met en voor zijn baas. Dobermanns zijn ook dienstverleners, bijvoorbeeld door de eigendommen van zijn baas te verdedigen. Daarvoor bezit hij ook een aantal eigenschappen zoals moed en standvastigheid, alsmede een gezonde portie agressie en zelfvertrouwen. Hij moet trouw en aanhankelijkheid tonen aan zijn baas en de medehuisgenoten.

De dobermann is een karaktervolle hond en dat geeft soms wel eens problemen. Immers, een hond met karakter is geen meeloper en vertoont soms eigenzinnig gedrag. Wat een dobermann eenmaal in z'n hoofd gezet heeft, krijgt men er vaak heel moeilijk uit. Bovendien paart hij deze eigenzinnigheid aan intelligentie. Dat maakt hem tot een andere hond dan de meeste andere rassen. Dit is geen mooipraterij, maar een waarschuwing! Door dat karakter is de dobermann geneigd om u voortdurend te beproeven en uit te dagen. Steeds weer opnieuw zal hij proberen u te overtroeven of te slim af te zijn.

Vooral de eerste twee jaren zijn door dat karakter niet gemakkelijk. Als hij echter eenmaal gemerkt heeft dat door uw consequente handelen hij het steeds moet afleggen, dan zal de dobermann zich in zijn plaats schikken en met alle plezier doen wat u van hem verlangt.

Maar als de eigenaar niet door zijn dobermann als baas wordt erkend, zou het beter geweest zijn als deze eigenaar nooit aan een dobermann was begonnen. Het is goed zich te realiseren dat het ideaal van zijn schepper Louis Dobermann  was het fokken van een intelligente, scherpe en agressieve waak- en verdedigingshond.

Na Louis Dobermann hebben de latere fokkers de hond zijn eigen type en bouw gegeven. Dit alles is vastgelegd in de standaard van de dobermann. Het zal duidelijk zijn, dat de dobermann geen natuurlijk ras is, maar een door mensen gefokt ras. Door de verschillende honden die gebruikt zijn om de dobermann zijn eigen kenmerken en karakter te geven, zien wij vaak verschillende types: de vrij lichte en hoogbenige hond, maar ook de zwaar massieve en laag op de benen staande hond.

De grootte van de hond varieert tussen 68-72 centimeter voor de reuen en voor teven tussen 63-68 centimeter. Het gewicht van een volwassen reu ligt tussen de 40-45 kilo en het gewicht van de volwassen teef ligt tussen de 32-35 kilo.

Een dobermann is zwart of bruin, met een koperkleurige aftekening op borst, poten en kop. De andere voorkomende kleuren zoals 'isabel' of 'blauw' worden volgens de standaard niet erkend.
 

Een stukje geschiedenis

 

De Dobermann is in 1901 voor het eerst in ons land als afzonderlijk ras benoemd.In 1900 heeft de likeurfabrikant Otto Göller namelijk gedaan weten te krijgen dat door Karl Friederich Louis Dobermann (op foto uiterst links) gefokte gebruikshond in het Duitse hondenstamboek wordt ingeschreven. Deze heer Dobermann heeft de beginselen gelegd wat later de Dobermann van nu is.Hij was op zoek naar een hond die geen angst kende temperament, hardheid, moed en strijdlust bezat.

Zijn karakter en intelligentie moesten hem maken tot de ideale waak- en verdedigingshond.Het uiterlijk van de hond was voor de heer Dobermann niet zo belangrijk.Als belastinginner zocht hij een hond die met hem mee op pad kon en zo zijn baasje te helpen bij vervelende aangelegenheden. Ook in 1900 waren de belastinginners niet zo geliefd. De Dobermann werd als eerste instantie ingeschreven in het stamboek als "Thuringse Pinschers".


 
Later toen Otto Göller (zie foto hiernaast) en Goswin Tischler gingen sleutelen aan het uiterlijk van de Dobermann werd als eerbetoon aan de oorspronkelijke fokker het rasnaam Dobermann aan onze hond gegeven. De eerste Dobermann's hadden een schofthoogte lager dan 60 cm, waren plomp in verschijning en misten zeker de adellijke uitstraling die ze nu hebben. Ook waren deze honden niet kort behaard. De vroege Dobermann's waren vaak stijl in de schouders en sterk overbouwd. De kleur van de honden was onbestemd.

Weliswaar werd de zwart rode kleur het eerst erkend maar al spoedig volgde een erkenning van de bruinrode en blauwrode variëteit. In de eerste jaren werd zelfs een witte borstvlek getolereerd en ook grauw onderhaar op het voorhoofd. De reu Assad von Römerberg zorgde voor grote verwarring in Karlsruhe door niet alleen op te vallen vanwege zijn geweldige hoofd maar nog meer door zijn kleur. In de mededelingen van de Duitse Dobermannpinscherclub werd hierover het navolgende geschreven: "Seine Farbe ist eigentlich eine verblassung von braun, ein richtiges Beige oder Isabel, wie stets beiBrauntiger-Dachshunden als untergrund finden."

 
In het begin waren er dus wel twijfels over de kleuren van het ras "Dobermann". Er was nog geen vaste kleur en vele kleuren waren geoorloofd. Al die twijfels en verwarring en ook onvolkomenheden werden echter ruimschoots gecompenseerd door de fabelachtige karakters van de honden. Waarschijnlijk is dat ook de oorzaak geweest dat de Dobermann in zo'n korte tijd populair zijn geworden. Binnen 10 jaar verschenen er op de tentoonstelling in Keulen maar liefst 142 Dobermanns.

In Nederland liep het echter zo'n vaart niet. Het was de heer A. Laane, die als eerste Nederlander een Dobermann uitbracht op de tentoonstelling. Dat was dus in het jaar 1901 te Rotterdam. Deze Dobermann was een fokproduct van Otto Göller nl. Troll von Thüringen. Deze hond was het begin van een reeks geïmporteerde Dobermann's uit de kennel Von Thüringen te Apolda (Duitsland). De eerste Nederlander die met Dobermann's begon te fokken was Dhr. Hof uit Den Haag. Hij deed dat met de combinatie Gutta van Thüringen Erbgraf von Thüringen. Dit nest is kennelijk een goed nest geweest, want verschillende honden behaalden zelfs onder Duitse keurmeesters grote successen.
In Nederland kwam de fokkerij van Dobermann's maar langzaam op gang maar in 1905 werd door Dhr. Van de Hurk gezamenlijk met 4 andere liefhebbers de Nederlandse Dobermann pincher club opgericht. Een vereniging die tot doel had de belangen van het ras te behartigen en het ras te promoten. In 1906 verscheen het eerste "clubblad". Zoals je waarschijnlijk kunt nagaan was dit niet het clubblad zoals nu bekend is, maar slechts één briefje met daarop enkele belangrijke gebeurtenissen zoals de datum van de jaarvergadering etc. Bij de oprichting van de NDPC bestond het leden aantal op slechts 12. De NDPC richtte zich op de omgeving van Den Haag en omdat de overige Dobermann liefhebbers zich in een hoekje gedrukt voelden werd in 1912 de Hollandse Dobermann Pincher Club (HDPC) door de heren v.d. Schoot en van Heusden opgericht.

 
De echte doorbraak van de Dobermann in Nederland kwam pas na, hoe gek het ook klinkt, toen de eerste wereldoorlog uitbrak. In Duitsland had men tijdens de oorlog andere dingen aan het hoofd dan het fokken en verbeteren van het ras de Dobermann. Bovendien werden naarmate de oorlog vorderde de levensomstandigheden slecht en slechter. Er kwam gebrek aan voedsel en voor honden schoot nog maar weinig over.

Vandaar dat in die tijd veel uitstekende Duitse Dobermann's in Nederland terecht kwamen. Het leverde de Nederlandse fokkers voortreffelijk materiaal op en zo kon er een stevig fundament gelegd worden voor de fokkerij in de komende jaren. Nu het goed ging met de fokkerij namen de tegenstellingen tussen de twee rasverenigingen af en werden er clubmatches georganiseerd in 1924 besloot met de twee bestaande rasverenigingen de NDPC en de HDPC te fuseren tot één vereniging.

 
Enkele leden schoot dit in het verkeerde keelgat omdat zij het niet konden vinden met de richtlijnen de van NDPC. Zij besloten gezamenlijk verder te gaan en zo werd in 1927 de DVIN opgericht. Een vereniging die zich door de jaren heen heeft ingezet om de Dobermann de uitstraling en bekendheid te geven die het nu heeft.De DVIN zet zich in voor alle Dobermann eigenaren in Nederland en organiseert regelmatig shows en evenementen. Ook voor diegene die de Dobermann als huisvriend en gezelschapsdier hebben worden er jaarlijks evenementen en wandeltochten georganiseerd.
 

Albinisme

Witte Dobermann's moeten UIT de fok gehouden worden.
Maar ook de ouders moeten uit de fok gehaald worden.
Deze hebben de witte factor in hun genen zitten.
In Amerika is het mogelijk om een lijst op te vragen met Dobermann's die deze factor bezitten.
Daar bestaat een stamboom met een AKC certificaat.
Op deze stamboom staan de kleuren van alle honden erbij.
De fokker kan zo aantonen dat er geen wit in de lijn zit. 

 

1 1